Maak  Kennis  Met  Kennis
En  Blijf  Bij  Kennis.


Politiek  Periek  (34).   Hoogstandje.


Zich omhoogwerkend, zal de een opspringen en weer terugvallen; want hij
heeft uit oorzaak van misrekening/onbekwaamheid/omstandigheden
misgegrepen  -  en dient hij als van goede huize te komen om door dit
"vergrijp" zelfs nog niet door zijn oorspronkelijk leefniveau te vallen naar
een minimumbestaan.

Een ander daarentegen, weet ook opspringend zich evenwel vast te grijpen
en zo een hoger werk- en samenlevingsniveau te bereiken; een levenskring,
die met anderen van zijn stand tot weer een meer eigen, wat afgesloten
gemeenschapsvorming komt in een hogere levenssfeer.

Weer anderen, maken maar weinig carriére en blijven  -  "als ploegbaas net
boven de ploeg, als voorman juist voor zijn mensen uit"  -  om en nabij de
brede en lagere bevolkingslaag hangen en verkeren.

Wat echter, volgens de aloude natuur en samenlevingswet, alle actie van dit
zich meer of minder omhoogwerken kenmerkt, is de reactie/teruguitwerking/
achteruitwerking daarvan op de lagere, desbetreffende onderlaag, door een
meer of minder openbaar/werkzaak zich afzetten tegen lagere volksklassen.

Zo neigt verticaal elk(e) samenleving(sniveau) ertoe al verder op te gaan in
meer geïsoleerd "onder ons" voor zichzelf heenlevende bestaansniveaus/
levensstanden/leefregionen; en valt de laagste bestaansklasse al verder
terug op de goedgeefsheid van vooreerst de aarde zelf, om met een intensieve
bewerking van allerlei "voor het grijpen liggende" aardse goederen zich alsnog
in een zo redelijk mogelijk bestaan te voorzien.


Als vanzelfsprekend, behoort een overheid te waken tegen dit verticaal
uiteenvallen van het maatschappelijk leven, tegen al te drieste sprongen
opwaarts, tegen dit uiteenrijten van het verticale samenlevingsverband  -  door
van de hogere bestaansniveaus/inkomensniveaus bijvoorbeeld navenante
(belasting)offers en menselijke tegemoetkoming/hulpvaardigheid te erlangen
naar, juist ook via haar, weer terug die lagere niveaus van zich handhaving.

Maar ook . . . . dient evenzo elke overheid zelf maar niet voort te gaan van de
samenleving al meer te vorderen, haar al verder onderuit te belasten; opdat zij
nog nauw genoeg bij het samenleven blijft betrokken en nog reëel genoeg de
samenlevingsproblematiek kan blijven inzien en oplossen, met onder andere
het genoegzaam verzorgen van het collectief in een weerkerende siciale zorg.

Verheft een overheid zich te hoog/spits, weet een bijvoorbeeld nationale
overheid "opspringend" zich althans al te vast vast te grijpen en al te
ingrijpend in te grijpen aan en in het internationale verband/bindwerk met
andere nationale overheden, dan komt bijvoorbeeld de internationale
samenwerking, én internationale machtsstrijd, "op zolderniveau" te overwegen
op elk nationaal aanwerken "naar maatschappelijk grondniveau"  -  en wordt
er naar de maatschappelijke eis al even maatschappij(ver)vreemd en
maatschappelijk onverantwoord/desastreus geregeerd.

Alsook, dreigt deze wat zwevende (internationale) overhedenzoldering, door
wat machtsmiddel nog ópgehouden, aldoor naar het door haar zelf, tussen
haar en de maatschappij getrokken vacuüm terug en in te storten.




                                                           *  -  *  -  *